De methodiek Kritisch Denken met Rationale berust op zes uitgangspunten, die Tim van Gelder (Universiteit van Melbourne) in zijn artikel Teaching critical thinking: some lessons from cognitive science (2005) verwoord heeft. Deze punten gaan deels over kritisch denken zelf, deels over hoe kritische denkvaardigheden worden verworven en deels over hoe je kritisch denken het beste kunt trainen. In het kort zegt Van Gelder daar het volgende over.

1. Kritisch denken is moeilijk

Mensen zijn van nature niet kritisch. Kritisch denken is, net als ballet, een zeer onnatuurlijke bezigheid. Hardlopen is natuurlijk; dansen in een nachtclub is dat in mindere mate; maar ballet is iets wat mensen alleen goed kunnen na jarenlang tijd en geld te investeren in een pijnlijke, intensieve training.

Het onderbouwen van een mening, het geven van redenen die de juistheid van een stelling aantonen: deze elementaire redeneervaardigheden zijn niet aangeboren. Kritisch denken is iets  wat cognitiewetenschappers een hogere vaardigheid noemen. Dat wil zeggen, kritisch denken is een complexe activiteit die is opgebouwd uit andere vaardigheden die eenvoudiger te verwerven zijn, zoals taalvaardigheid en tekstbegrip. Een korte cursus volstaat dan ook niet om van iemand een kritische denker te maken; kritisch denken is iets wat blijvende inspanning vraagt.

2. Oefening baart kunst

Neem bijvoorbeeld tennis, wat een hogere vaardigheid is. Om goed te tennissen moet je dingen kunnen doen zoals rennen, een forehand slaan, een backhand slaan en je tegenstander in de gaten houden. Maar het beheersen van al die dingen afzonderlijk is niet voldoende. Je moet in staat zijn ze te combineren tot een vloeiend samenspel van handelingen waarmee je een punt scoort.

Door een boek te lezen over kritisch denken ontwikkel je je kritische denkvaardigheden niet. Dat gebeurt alleen als je veel oefent op een manier die wel ‘deliberate practice’ genoemd wordt: gerichte, doelbewuste en geconcentreerde oefening.

3. Overdracht-gerichte oefening (‘transfer’) is nodig

Binnen een opleiding dient kritisch denken apart getraind worden; daarnaast moeten studenten leren de verworven kennis, vaardigheden en houding toe te passen in de rest van hun studie. Het gehele curriculum dient studenten daartoe uit te dagen.

4. Theoretische kennis is onmisbaar

Kennis van een samenhangend begrippenkader geeft namelijk de mogelijkheid om redeneerfouten te herkennen en te benoemen, en het vergroot voor studenten het vermogen tot zelfreflectie en zelfkritiek; bovendien wordt het voor docenten daarmee gemakkelijker om feedback te geven.

Als je het jargon beheerst, kun je als het ware met röntgen-ogen kijken naar het denken. Als je bijvoorbeeld weet wat er wordt bedoeld met een overhaaste generalisatie,  kun je gemakkelijker voorbeelden vinden van een slechte redenering, omdat redeneringen die bij dat specifieke patroon passen je dan eerder zullen opvallen.

5. Mensen houden het liefst vast aan hun overtuigingen

Mensen zijn van nature geneigd vast te houden aan het oude vertrouwde. In het onderwijs is het daarom van belang dat docenten een voorbeeldrol vervullen door steeds een kritische, open, nieuwsgierige houding aan te nemen en dat zij die houding ook bij hun studenten stimuleren.

6. Het maken van redeneerschema’s bevordert de vaardigheid in kritisch denken

Een wezenlijk onderdeel van kritisch denken is het omgaan met redeneringen. Het visualiseren van redeneringen – het maken van redeneerschema’s –  stimuleert de ontwikkeling van kritische denkvaardigheden. Rationale is daarbij een handig hulpmiddel.

 

Het artikel van Tim van Gelder schematisch samengevat: